Fighter Lion laat zien: nationale weerbaarheid bouw je samen
Tijdens de grootschalige landmachtoefening Fighter Lion wordt zichtbaar waar de Infra Capacity Alliance zich voor inzet: het organiseren, verbinden en inzetbaar maken van civiele capaciteit op momenten dat snelheid, schaalbaarheid en samenwerking cruciaal zijn.
Waar Defensie jarenlang vooral vanuit de eigen militaire organisatie opereerde, wordt nu steeds duidelijker dat voorbereiding op crisis, conflict en ontwrichting vraagt om een bredere aanpak. Niet alleen militairen, maar ook bedrijven, specialisten en civiele infrastructuurpartijen zijn nodig om Nederland weerbaarder te maken.
Bedrijfsleven krijgt zichtbare rol in nationale veiligheid
Fighter Lion is de grootste oefening van de landmacht in jaren. In de Groningse Marnewaard en op locaties in Duitsland wordt geoefend met scenario’s die passen bij een verslechterde veiligheidssituatie in Europa. Daarbij gaat het niet alleen om militaire inzet zelf, maar juist ook om alles wat nodig is om een operatie mogelijk te maken.
Logistiek, onderhoud, opvang, energievoorziening, medische ondersteuning, beveiliging en tijdelijke infrastructuur zijn onmisbare onderdelen van moderne crisisvoorbereiding. Juist die ondersteunende capaciteit is van groot belang. Zonder betrouwbare aanvoer, onderhoud, energie, water, huisvesting en beveiliging kan geen enkele operatie langdurig functioneren. Zoals tijdens Fighter Lion zichtbaar wordt: een krijgsmacht is uiteindelijk slechts zo sterk als het ecosysteem waarop zij kan terugvallen.
Voor ICA onderstreept deze oefening dat nationale weerbaarheid breder is dan militaire paraatheid alleen. Het gaat ook om de vraag of Nederland in staat is om onder druk snel capaciteit te organiseren en publieke en private partijen effectief te laten samenwerken.
Waar bedrijven in vredestijd concurrenten zijn, worden zij in tijden van crisis partners die gezamenlijk capaciteit plannen en leveren voor dezelfde missie.
Tijdelijke infrastructuur onder hoge druk
Een opvallend onderdeel van de oefening is de bouw van een tijdelijk kamp voor krijgsgevangenen. Dat scenario klinkt uitzonderlijk, maar laat precies zien waar moderne crisisvoorbereiding om draait: snel kunnen opschalen, onder moeilijke omstandigheden voorzieningen realiseren en daarbij blijven voldoen aan juridische, humanitaire en operationele eisen.
Zo’n tijdelijke locatie vraagt om veel meer dan alleen onderdak. Er zijn voorzieningen nodig voor registratie, beveiliging, medische zorg, sanitaire faciliteiten, stroom, water, logistiek en dagelijkse ondersteuning. Al die onderdelen moeten in korte tijd samenkomen in één werkend geheel.
Daarmee laat dit oefenscenario zien dat tijdelijke en grondgebonden infrastructuur een strategische functie heeft. Niet omdat de infrastructuur zelf het einddoel is, maar omdat zij bepaalt hoe snel en zorgvuldig een organisatie kan reageren op een complexe situatie.
ICA als publiek-privaat ecosysteem
Bijzonder is dat deze tijdelijke infrastructuur niet uitsluitend door Defensie zelf wordt opgebouwd. Een netwerk van Nederlandse bedrijven, verenigd binnen de Infra Capacity Alliance, levert hiervoor kennis, capaciteit en uitvoeringskracht.
ICA is opgezet als publiek-privaat ecosysteem waarin bedrijven, publieke partners en crisisprofessionals samenwerken aan het organiseren, combineren en coördineren van civiele noodcapaciteit. Het doel is om capaciteit niet pas tijdens een crisis te zoeken, maar vooraf beschikbaar, vindbaar en inzetbaar te maken. Daarmee verschuift de aanpak van ad hoc reageren naar voorbereid kunnen handelen.
Bedrijven binnen dit netwerk zijn gewend om snel te schakelen. Zij kunnen op locaties waar weinig of niets aanwezig is, in korte tijd praktische voorzieningen realiseren. Denk aan tijdelijke energie, water, sanitair, toegangscontrole, modulaire bouw, bruggen, logistieke routes en beveiligingssystemen. Die ervaring sluit direct aan bij de vraagstukken waar Defensie en andere publieke partners in crisistijd mee te maken krijgen.
Van just-in-time naar just-in-case
De veiligheidsopgaven waar Nederland voor staat, zijn te groot en te complex om uitsluitend binnen bestaande militaire of publieke structuren op te lossen. Defensie beschikt over hoogwaardige kennis en mensen, maar heeft tegelijkertijd te maken met schaarste, lange aanvoerlijnen, toenemende dreiging en de noodzaak om snel te kunnen schakelen.
Juist daar kan het bedrijfsleven aanvullend zijn. Niet als vervanging van Defensie, maar als versterking van de nationale capaciteit. Defensie bepaalt het operationele doel, de randvoorwaarden en de veiligheidskaders.
De kracht van publiek-private samenwerking zit in die combinatie van militaire doelgerichtheid en civiele uitvoeringskracht. Wanneer beide werelden elkaar eerder weten te vinden, ontstaat er meer snelheid en meer slagkracht op het moment dat het erop aankomt.
Van losse capaciteit naar georganiseerde weerbaarheid
Voor ICA bevestigt deze oefening de urgentie van een structurele samenwerking tussen publieke en private partijen. Nederland beschikt over veel civiele capaciteit die in crisissituaties van groot belang kan zijn: van noodstroom en tijdelijke huisvesting tot bruggen, logistieke oplossingen, beveiligingssystemen, water, sanitair en medische voorzieningen.
Maar die capaciteit moet wel georganiseerd zijn. Niet alleen in de vorm van afzonderlijke bedrijven, maar als een samenhangend netwerk dat voorbereid is op civiele én militaire crises. Dat vraagt om co-creatie, wederkerigheid, vertrouwen, een gezamenlijke manier van werken en het creëren van redundantie als voorwaarde voor voortzettingsvermogen
Voortzettingsvermogen wordt niet opgebouwd tijdens de crisis, maar in de jaren ervoor. Voor ICA is dat de kern: nationale weerbaarheid bouw je samen.
Bronvermelding: Dit artikel is mede gebaseerd op recente berichtgeving van Het Financieele Dagblad en het Algemeen Dagblad over de landmachtoefening Fighter Lion en de samenwerking tussen Defensie en Nederlandse bedrijven.


